Handbal

Uithoudingsvermogen, reactievermogen, wendbaarheid, werpkracht, sprongkracht, snel een sprintje kunnen trekken: als handballer ben je bijna een duizendpoot. Je medespelers willen je liefst zo vaak mogelijk aan kunnen spelen, dus ben je telkens bezig met vrijlopen en het afschudden van je tegenstander. Ballen moet je voor en achter je lichaam kunnen vangen, boven je hoofd en tijdens een sprong; met één hand of met allebei.

Aanvallen en verdedigen 

De spelregels van handbal zijn een mengelmoes van regels uit het basketbal, korfbal en voetbal. De sport kent twee belangrijke basisregels: je mag de bal niet met je onderbeen en je voet spelen en je mag met de bal in je hand maar drie passen doen. Daarna moet je de bal op de grond stuiten of afspelen. Met je handen, armen, hoofd, romp dijbenen en knieën mag je de bal slaan, werpen, stoten en stompen in elke richting die je maar wil. Bij zaalhandbal heb je zowel aanvallende als verdedigende taken. Dat betekent dat je met een aanval als team naar voren gaat en bij een tegenaanval met elkaar weer razendsnel terug om een verdedigende cirkel te vormen rond het doelgebied en een tegentreffer te voorkomen. 

Handbalvormen

Handbal staat niet stil. Het is een flexibele teamsport die je kunt spelen in steeds meer verschillende vormen. In de afgelopen jaren zijn er meerdere vernieuwende en spectaculaire handbalvormen voor bij gekomen. Naast het aloude zaal- en veldhandbal zijn er ook Beach Handball, Street Handball, tchoukbal, jeugdhandbal, studentenhandbal, G-handbal en recreantenhandbal.

Bekijk het aanbod handbal