Tips voor niet- sportieve ouders

Als sporten geen belangrijke rol gespeeld heeft in je leven, is het een uitdaging om je kinderen actief bezig te laten zijn. Je kinderen aanmoedigen om een sport te gaan doen is niet altijd even makkelijk. Kinderen van deze generatie zitten graag op de bank met een boek, tablet of achter de computer spelletjes te spelen.

Maar als er gevraagd wordt of jij je kind meer wil laten bewegen is het antwoord in de meeste gevallen een ja! Hier een aantal tips voor niet- sportieve ouders.

  • Je bent sportiever dan je denkt. Wandel je wel eens of ben je wel eens in de tuin aan het werk? Herinner je nog welke activiteiten of spelletjes jij leuk vond als kind? Zelfs als je geen teamsporter bent geweest, was er vast een sport of activiteit die je leuk vond. Denk aan zwemmen, met een bal overschoppen, dansen, of op de skippybal rondstuiteren.
  • Introduceer verschillende sporten en activiteiten bij je kinderen. Als je kind geen teamsporter is, probeer dan samen een andere leuke sport of activiteit te vinden. Probeer een aantal sporten en wie weet vindt je kind een sport om te gaan beoefenen. Dit geeft het kind meer vertrouwen en het belangrijkste is dat kinderen plezier hebben tijdens het sporten!
  • Moedig je kinderen aan. Wanneer je kinderen heel enthousiast zijn bij een sport, spel of activiteit die ze aan het doen zijn, moedig ze dan aan. Dit betekent dat ze het leuk vinden en willen ze het waarschijnlijk ook vaker gaan doen.
  • Lees boeken over sport of kijk films over sport. Lees sportboeken om de interesse in sport te stimuleren. Ook films kijken over sport helpen om sporten te stimuleren.
  • Heb je een broer, zus, oom, tante, vriend of vriendin die het leuk vindt om te sporten of actief bezig te zijn? Vraag aan hem/haar of ze een keer met je kinderen wil gaan sporten of leuke actieve dingen wil gaan doen met je kinderen.
  • Start een groep op van niet- sportieve ouders. Je staat versteld hoeveel vrienden of andere ouders ook niet sportief zijn. Maak met z’n alle een afspraak om een keer te gaan bowlen, skaten of te gaan fietsen.
  • Maak er een wedstrijd van. Begin een competitie met je gezin. Als iemand een fysieke activiteit gaat doen, bijvoorbeeld wandelen of fietsen, krijg je 10 punten. Als je gaat hardlopen 15 punten. Maak een lijst met activiteiten en zet erbij hoeveel punten je met welke activiteit kan verdienen. Wie aan het eind van de week heeft gewonnen mag bepalen wat voor activiteit er het weekend gedaan wordt.
  • Geef het goede voorbeeld. Besteed elke dag wat tijd om in beweging te zijn, wandelen, fietsen of hardlopen. Laat het je kinderen ook weten dat je actief bezig bent en geef zo het goede voorbeeld.

Bekijk alle sportactiviteiten